Mariska en Chanel zitten samen op een bankje buitein in de natuur en hebben een gesprek

Foto: Mariska van der Steege en Chanel Bansema. Fotograaf: Arenda Oomen

Leren van levensverhalen van jongeren

Een jonge moeder verzweeg op het consultatiebureau haar postnatale depressie en haar traumatische verleden uit angst dat haar kinderen uithuisgeplaatst zouden worden. Met als gevolg dat haar oudste kind de zorgtaken overnam en daarin zelf vastliep. Het begin van een moeizaam en langdurig hulpverleningstraject. Hoe had dit anders gekund? Mariska van der Steege en Chanel Bansema buigen zich over dit soort vragen binnen het project Ketenbreed Leren.

‘Ketenbreed Leren is een onderzoeks- en veranderproject waarin we willen leren van hulpverleningstrajecten die eindigen in specialistische, weinig voorkomende jeugdhulp met verblijf’, vertelt projectleider Mariska van der Steege. ‘Dit onderzoek voeren we uit met de vaste partners Levvel, Accare, de Haagse Hogeschool, Horizon en Curium. Ook doen organisaties mee die enkele casusreviews willen uitvoeren.’

Ze vervolgt: ‘In dit project combineren we onderzoeken met leren, veranderen en verbeteren. Samen met de jongeren, hun ouders, de betrokken professionals en beleidsmakers bekijken we in een concrete casus hoe het hulpverleningstraject is verlopen. Dat doen we met interviews van twee uur met de jongere, de ouders en de professionals. Daarna volgt een reflectiesessie met de professionals en verbeterpunten: wat kunnen we ieder voor onszelf als professional of beleidsmaker anders of beter doen? En wat kunnen we als collectief in een organisatie of regio verbeteren? Zo zorgen we dat jeugdigen en ouders in de toekomst de hulp krijgen, die ze nodig hebben en die daadwerkelijk tot verbetering van hun situatie leidt.’

‘Bij fysieke sessies werk ik het levensverhaal van de jongere altijd op een behangrol van tien meter uit. Dat maakt veel indruk op een professional.’
portret van een lachende Chanel Bansema

Foto: Chanel Bansema. Fotograaf: Arenda Oomen

Beweging in gang zetten

‘We willen van casussen die in een opname eindigen, leren om eerder beter te handelen’, legt Van der Steege uit. ‘Stroomop handelen heet dat. Tegelijkertijd willen we met de geleerde lessen een beweging in gang zetten en een mind-set creëren van “wat we doen, kan altijd beter”. Uit de casussen blijkt dat er andere keuzes gemaakt moeten worden. Zo hebben we in een grote stad een jongen gesproken die al vanaf zijn dertiende op groepen heeft gewoond. Hij heeft geen diploma, geen werk, en is nog steeds bezig zijn leven op de rit te krijgen. Hij wil zo graag een nieuw leven, maar heeft het gevoel dat de hulpverlening hem niet verder heeft geholpen. Dat is een pijnlijke constatering voor een jongen die al zo lang hulp heeft gehad. Zijn verleden zit ‘m in de weg. Onze sessie met hem hielp hem een stuk van dat verleden af te sluiten en dat is een mooie bijvangst.’

Levensverhaal op behangrol

Met behulp van de interviews met de jongeren, hun ouders en professionals proberen de onderzoekers het levensverhaal van de jongere zo goed mogelijk in kaart te brengen. ‘Dat begint bij de geboorte en eindigt in het nu’, legt procesbegeleider Chanel Bansema van LUMC-Curium uit. ‘Daarin komt naar voren op welke scholen de jongere heeft gezeten, hoe vaak hij of zij is verhuisd, of en welke hulp er was en welke mensen belangrijk in hun leven waren. Hun ouders vullen dat verhaal aan. Het is ook een stuk erkenning van de problematiek van de jongeren, want het hele verhaal komt op tafel. Bijzonder is dat de jongere vaak goed weet wat er allemaal in zijn of haar leven is gebeurd. Zo heb ik een jongetje gesproken dat heel goed wist dat er hulpverlening was geweest toen hij zes jaar oud was en ook goed kon aangeven dat hij er zelf niets aan had gehad. Maar er zijn ook mooie momenten in zo’n levensloop: een gezinsvakantie of het moment dat een kind een huisdier kreeg.’

‘Opvallend is dat professionals in de sessies relevante details horen die ze nog niet wisten.’

‘Bij fysieke sessies werk ik het levensverhaal van de jongere altijd op een behangrol van tien meter uit. Dat maakt altijd veel indruk op professionals. Dat hebben ze nog niet eerder zo gezien. Soms verrassen de professionals mij door de jongere heel actief te bevragen of ze kunnen vertellen wat ze anders hadden moeten doen.’

Boodschap overbrengen

Van der Steege vult aan: ‘Opvallend is dat professionals nu vaak relevante details in de sessies horen die ze nog niet wisten. Een meisje reageerde tijdens een interview dat het haar in al die acht jaar hulpverlening nooit is gevraagd haar hele verhaal te vertellen. Belangrijk in dit onderzoek is dus om goed te luisteren en het verhaal in beeld te brengen. Ook ouders hebben veel daaraan. Zo spraken we een moeder van wie de zoon hoogbegaafd is en autisme heeft. Zij liep al vijf jaar mee in de hulpverlening en moest aan het einde van ons gesprek huilen, omdat ze nog steeds niet wist waarom haar kind dit gedrag liet zien. In de leerreflectie die daarop volgde, gaven de professionals aan dat zij wel een goed beeld hadden van wat er met het kind aan de hand is. Ik heb hen toen gevraagd hoe het kwam dat de moeder dit niet wist. Het was hun blijkbaar niet gelukt om die diagnoseverklaring goed over te brengen.’

‘Uiteraard heeft deze zaak ook wel iets te maken met het acceptatieproces. De moeder vindt het moeilijk dat haar zoon ondanks zijn slimheid nooit naar de universiteit kan. Maar het heeft ook te maken met de manier waarop een professional communiceert; de boodschap overbrengt. Ik denk dat wij ons nog te weinig realiseren dat zenden en opschrijven iets anders is dan ervoor zorgen dat de andere partij de boodschap begrijpt en accepteert. De moeder uit het voorbeeld is super strijdbaar, heeft ook van alles achter de kiezen, maar we moeten wel met deze mevrouw in gesprek blijven.’

portret van een lachende Mariska van der Steege

Foto: Mariska van der Steege. Fotograaf: Arenda Oomen

Van vuur naar vlam

Het onderzoek loopt nog tot juni 2022. Dan moet het rapport met aanbevelingen klaar zijn. Bansema: ‘We hopen dat de reflectiesessies hulpverleners helpen om ook binnen hun eigen organisatie iets in gang zetten. Wij steken nu dat vuurtje aan om iets op gang te brengen en hopen dat het over tien jaar een grote vlam zal zijn.’

Meer weten

Wil je ook meedoen aan dit onderzoek? Neem dan contact op met Mariska van der Steege via het e-mailadres info@mariskavandersteege.nl. Of kijk voor meer informatie op de website brancheszorgvoordejeugd.

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.3 juli 2021