Foto: Wijkgericht werken: het herstellen of versterken van het gewone leven thuis, in de eigen omgeving.

In gesprek met Mario Nossin en Astrid Greven

'In onze ideale community vraag je aan jonge mensen, hun opvoeders en degenen die willen dat het beter met hen gaat: wat zou je willen dat er gebeurt?'

Alle kinderen en jongeren horen erbij, óók als ze pech onderweg hebben. Dat stellen Mario Nossin en Astrid Greven van het ondersteuningsteam ‘Zorg voor de Jeugd’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hun oproep aan iedereen die met jeugd werkt: schiet niet meteen in de hulpmodus, maar vraag wat zij zelf willen dat er gebeurt.

Kinderen en jongeren kunnen onderweg pech hebben als ze opgroeien. Ze komen niet mee op school, voelen zich onveilig, hebben een laag zelfbeeld of vinden geen aansluiting met anderen. Juist dán is het belangrijk dat ze fijn thuis kunnen opgroeien en omringd zijn door vertrouwde mensen en voorzieningen in hun eigen buurt. Verstevig die waardevolle kring! Dat is het appel dat Nossin en Greven doen op jeugdprofessionals en alle mensen die werken aan het welzijn van jeugd.

Wijkgericht werken

Wijkgericht werken noemen ze het: het herstellen of versterken van het gewone leven thuis, in de eigen omgeving. Greven: ‘Een kind heeft maar één jeugd en die mogen we niet verkwanselen.’ Nossin vult aan: ‘Dan héb je al pech en dan verlies je ook nog het weinige waardevolle dat je hebt, zoals je sportvrienden of buurtgenoten die om je geven. Omdat je niet meer welkom bent op je school. Of omdat je ouders zo veel problemen hebben dat je naar een jeugdinstelling of zorgboerderij gestuurd wordt. Je vervreemdt zo van je eigen omgeving. We moeten alles uit de kast halen om dit te voorkomen. Dat is wijkgericht werken.’

'Alle kinderen, jongeren en hun opvoeders doen er toe in onze community'

Community

Zelf praten Nossin en Greven liever over het werken aan een fijne community dan over wijkgericht werken. Nossin: ‘De Nederlandse termen dekken niet waar we naar streven. Een community gaat over het hebben van een ‘sense of belonging’, een plek waarin kinderen en jongeren zich thuis voelen. Een plek waar ze mogen leren, plezier maken, kunnen vallen en weer opstaan. Greven: ‘We hebben in Nieuw-Zeeland gewoond en daar voelde je wat dit betekent. In een community ben je er voor elkaar.’ Nossin legt uit: ’Vorig jaar werd in Nieuw-Zeeland een gruwelijke aanslag gepleegd op de moslim community. De minister-president sprak haar land toe met de onvergetelijke woorden: ‘They are us’. Dat is wat ik bedoel.’

Nieuwe bril

Het valt hen op dat nog te veel kinderen en jongeren in Nederland als probleem worden gezien. Greven: ‘Ze hebben gedragsproblemen, een beperking, een ontwikkelingsstoornis. Of ze hebben ouders met gedragsproblemen, beperkingen en stoornissen waardoor ze niet zouden meekomen. Als je een andere bril opzet, dan zie je dat het probleem meer in de samenleving zelf zit. Zo volgt het geld niet de kinderen en gezinnen, maar moeten zij vaak met veel moeite de financiering volgen. Een kind moet schoolgemotiveerd zijn, maar is die school kindgemotiveerd? We gooien barrières op die problemen verergeren.’ Nossin: ‘Te veel jonge mensen maken gebruik van jeugdzorg en speciale voorzieningen. Als ze in de knel zitten, is onze eerste reflex dat ze geholpen moeten worden door jeugdprofessionals. Dat is een reflex die een hindernis kan vormen bij het versterken van het gewone leven.’

Professionele opdracht

En dat is waar Nossin en Greven voor pleiten met het programma ‘Zorg voor de Jeugd’. Nossin: ‘Als we alles op alles zetten om het gewone leven van kinderen en jongeren te herstellen en te versterken, dan ga je je professionele opdracht anders invullen.’ Greven legt uit: ‘Het gewone leven gaat over het tegemoetkomen aan behoeftes die vrijwel elk mens heeft: thuis veilig zijn en je veilig voelen, liefde krijgen en geven, kennis en vaardigheden ontwikkelen, van betekenis zijn, zelf keuzes kunnen maken, kansen zien en pakken, waardering krijgen, plezier maken en ga zo maar door.’

'Laten we kijken welke hulpbronnen er al zijn en welke nog niet'

Ideaal

Greven: ‘Als je deze bril opzet, ga je andere vragen stellen en andere antwoorden krijgen. In onze ideale community vraag je aan jonge mensen, hun opvoeders en degenen die willen dat het beter met hen gaat: wat zou je willen dat er gebeurt? Of: wat is heel belangrijk voor je? Vandaag, deze week of volgend jaar. Dat is een andere vraag dan: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat jouw problemen minder worden? Daarin ligt al besloten dat professionals aan zet zijn om iets te doen. Terwijl een professional ervoor kan zorgen dat verschillende koppen bij elkaar worden gestoken om meer voor de hand liggende oplossingen te vinden vanuit de eerste vraag.’

Springplank

Nossin ziet veel kansen voor de jeugdhulp. ‘Als we de ondersteuning aan jeugd beter willen maken, stel ik voor om vaker met elkaar op expeditie te gaan. Laten we kijken welke hulpbronnen er al zijn en welke nog niet.’ Greven legt uit: ‘Hulpbronnen helpen om hindernissen weg te nemen. Ze bestaan uit kennis, menskracht, middelen en materialen uit de omgeving. Ook kinderen, jongeren en hun opvoeders zijn een rijke bron van kennis en kunde.’ Nossin: ‘We gaan op zoek naar vangnetten maar zeker ook naar springplanken. Welke hulpbronnen kunnen het gewone leven versterken waar iedereen van kan mee profiteren? Denk aan hoe scholen soms een bruisend middelpunt zijn voor alle wijkbewoners. Denk aan de sportvereniging die zich inzet voor jongeren, ook als ze in zwaar weer zitten. Met een expeditie-bril blijken de kansen vaak eindeloos.’

'We hebben een breekijzer nodig'

Breekijzer

Dus? Nossin: ‘We hebben een breekijzer nodig om in één keer alle hokjes, vakjes, etiketten, keten, toegangen, wachttijden, domeinen en gemeentesilo’s open te breken. Een breekijzer dat helpt om die eenmalige jeugd te verrijken en niet af te pakken. Wij hebben daarin als samenleving een grote verantwoordelijkheid. Ik vind het belangrijk dat alle partijen daarin samen optrekken. Dan helpt het bijvoorbeeld wanneer de financiering gestapeld is, dat de echt nodige jeugdhulp dichtbij beschikbaar is, zodat een kind fijn thuis kan opgroeien. En dan komt onze eerste reflex voort uit de houding: alle kinderen, jongeren en hun opvoeders doen er toe in onze community!’

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.2 Januari 2021