Portretfoto van Peter Dijkshoorn

Peter Dijkshoorn. Fotograaf: Marieke Duijsters

‘Iedereen kan wetenschap gebruiken’

Peter Dijkshoorn over de verbinding tussen wetenschap en jeugdhulp

Peter Dijkshoorn, landelijk ambassadeur lerend jeugdstelsel, heeft een duidelijke visie: verbind wetenschap expliciet aan jeugdhulp. Op dit moment zetten we wetenschap nog te weinig in om de praktijk te verbeteren. Hoe komt dat? En hoe moeten we dat aanpakken? Dijkshoorn heeft er genoeg ideeën over. ‘Ik durf te wedden dat je dan goedkopere zorg krijgt.’

‘Mijn zorg is dat we te veel mensen te gemakkelijk plannen laten maken die de jeugdhulp moeten verbeteren. Zonder die plannen te onderbouwen, of na te gaan of ze werken’, aldus Dijkshoorn. Daarom pleit hij voor het intensief gebruiken van wetenschap in de jeugdhulp. ‘We doen nu dingen waarvan kinderen hun hele leven last hebben. Ik kan niet beweren dat we het vanaf vandaag helemaal goed gaan doen, maar we kunnen vanaf vandaag meten en bestuderen wat we doen en wat de effecten zijn. Daarmee verbeteren we de zorg.’

Beter worden

Voor Dijkshoorn is er geen twijfel over mogelijk: als we bij elke uithuisplaatsing wetenschap hadden ingezet, dan hadden we sneller kunnen leren. Dijkshoorn: ‘Nederland kent 40.000 uithuisgeplaatste kinderen. Als we bij iedere uithuisplaatsing kijken wat er nodig was geweest om die te voorkomen of wat er na drie, zes maanden en een jaar van het kind was geworden, hadden we andere oplossingen gevonden.’ Hoe komt het dat wetenschap nog zo weinig wordt ingezet binnen de jeugdhulp? Dijkshoorn: ‘Als samenleving moeten we zeggen: dit willen we. De jeugdhulp moet beter. Uithuisplaatsing is een probleem van ons allemaal. Wetenschappers moeten hier iets aanreiken, zorgprofessionals moeten explicieter naar hulp van de wetenschap vragen.’ Dijkshoorn vindt niet alleen dat zorg en wetenschap elkaar beter moeten vinden, maar ook dat de overheid kan sturen op nauwer contact tussen de twee.

‘Als je een goede analyse doet, wordt de zorg korter en behaal je betere resultaten.’

Data als basis

Wetenschap kun je voor allerlei zaken inzetten, meent Dijkshoorn. Niet alleen voor het volgen van uithuisplaatsingen, maar ook voor het omgaan met mishandeling. Ouders mishandelen hun kinderen vaak vanuit onmacht. Uit cijfers blijkt dat de meeste ouders niet erover durven te vertellen. Op basis van die inzichten kan je de huidige zwijgcultuur rondom mishandeling vervangen door een andere aanpak. Enthousiast vertelt Dijkshoorn over een directeur van het CJG in Brunssum, Limburg. Hij wilde dat mensen konden praten over mishandeling. Als er vermoedens van huiselijk geweld waren, ging jeugdhulp langs om te vragen naar signalen over lawaai. Ze praatten niet over de dingen die niet mochten, maar ze stelden vooral de vraag: hoe kunnen we helpen? Dijkshoorn: ‘In drie jaar tijd zijn daar de doormeldingen naar de Raad voor de Kinderbescherming met 60 procent afgenomen!’

Portretfoto van Peter Dijkshoorn

Peter Dijkshoorn: ‘De wetenschap is van ons allemaal – laten we dit als samenleving doen.’ Fotograaf: Marieke Duijsters

Inzetten op analyses

Dijkshoorns enthousiasme voor betere preventie door inzet van wetenschap is groot. ‘Vanuit wijken stromen gezinnen verder de jeugdhulpketen door. In wijken zouden we betere gegevens moeten verzamelen over wat we doen: wat werkt wel, en wat niet? Dat is ook een vorm van wetenschap gebruiken.’ Volgens Dijkshoorn schuilt preventie in het maken van betere analyses. ‘Als je een goede analyse doet, wordt het zorgtraject korter en behaal je betere resultaten. Ik durf te verwedden dat als je twee groepen van duizend kinderen neemt, waarbij je de ene groep analyses geeft waaraan één uur tijd is besteed, en de andere veel meer tijd, zeg tien uur, je goedkopere zorgt krijgt voor de kinderen die een uitgebreide, goede analyse hebben gekregen. Die zorg is bovendien beter voor het kind.’ Het is volgens hem een kwestie van investeren aan de voorkant. Uit onderzoek van Hilde Tempel van Accare blijkt dat 90 procent van de kinderen die in instellingen zijn opgenomen geen goede analyse heeft. Ook blijkt dat het doel van de behandeling niet goed is doorgenomen met kinderen. Ze weten weliswaar dat ze in de jeugdhulp zitten omdat het thuis niet goed gaat, maar ze weten niet precies wat ze willen leren en verbeteren. Ook de hulpverleners en de ouders weten het niet. Dijkshoorn: ‘Dat is een wezenlijk detail. Als je niet weet naar welk doel je streeft, weet je ook niet wat er nodig is om dat doel te behalen.’

‘Als we bij elke uithuisplaatsing wetenschap hadden ingezet, hadden we sneller kunnen leren en andere oplossingen gevonden.’

Van iedereen

Dijkshoorn stelt dat wetenschap van iedereen is. ‘Iedereen kan het gebruiken’, zegt hij. Volgens hem moeten we kijken naar de vaccinaties: iedereen die zich besluit te vaccineren, maakt gebruik van de wetenschap. Toch doet niet iedereen dat; niet iedereen laat zich vaccineren. Dan is het aan instanties zoals de overheid en huisartsen om mensen te stimuleren dat wel te doen. Zo is het volgens Dijkshoorn ook in de jeugdhulp: iedereen zou wetenschap kunnen gebruiken, maar het moet meer gestimuleerd worden. Wat dat dan oplevert? Dijkshoorn: ‘Gezondere kinderen die minder schade overhouden aan jeugdzorg. En anderzijds goedkopere zorg omdat het effectiever is.’ Toch is het breder dan dat, volgens hem levert het ook een prettigere samenleving op. ‘Dikke winst’, concludeert hij.

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.5 nov 2021