Headerfoto van Arne Popma, Nely Sieffers en Vera Naber

Arne Popma, Nely Sieffers en Vera Naber. Fotograaf: Marieke Duijsters

‘Niet jeugdzorg, maar dagelijkse leven van kinderen en ouders moet weer het uitgangspunt zijn’

Hoe zorgen we voor inspraak vanuit cliënten en wat vraagt dat van de organisatie? En horen we professionals genoeg? Hoe krijgen we hen aan tafel? Vanuit beide perspectieven valt veel te leren, onderstrepen Nely Sieffers, Vera Naber en Arne Popma. Al is het nog niet voldoende, er gebeurt gelukkig al veel om dit beter te gaan organiseren.

‘In de zorg in Nederland kan ontzettend veel. Iedereen doet zijn eigen stukje. Maar we zijn een beetje vergeten om wie het gaat in die zorg’, stelt Sieffers. Zij is moeder van drie kinderen en voorzitter van Netwerk Beter Samen. Ook is zij landelijk coördinator participatie jongeren, ouders en ervaringsdeskundigen bij het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. Deze platforms zetten ervaringsdeskundigheid in voor betere en samenhangende ondersteuning voor kinderen, jongeren en gezinnen die hulp of zorg nodig hebben. Sieffers wil dat ervaringskennis en –deskundigheid beter worden benut. ‘We denken nu vaak alleen maar aan jeugdzorg, terwijl het dagelijkse leven van kinderen en ouders weer het uitgangspunt moet worden.’ Ze spreekt uit ervaring en weet nog goed hoe 34 professionals bij haar eigen gezin werden betrokken. ‘En dat terwijl wij niet eens zo’n heel ingewikkelde zorgvraag hadden’, vertelt ze. ‘Het was bijna een dagtaak om naast mijn baan ook nog contact te onderhouden met alle hulpverleners.’

Gelijkwaardige samenwerking

Ze vindt het belangrijk dat de jeugdzorg meer gaat focussen op wat een kind wél kan. En dat er “out of the box” wordt gedacht. Dat is volgens haar de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid en luisteren naar het perspectief van gezinnen en ouders. ‘Zij denken op een andere manier.’

‘Met een boekenbon komen aanzetten, is niet meer genoeg.’

Ze vindt een gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en professionals dan ook veelbelovend. ‘Het samen oplossen en er samen verantwoordelijk voor zijn – dat zie ik wel als oplossing.’ Zo zat haar zoon vanwege zijn autisme thuis, hij liep vast in het speciaal onderwijs. Samen met een zorgcoördinator kozen ze voor een praktijkschool in de wijk. De hulpverlener, de zorgcoördinator van de praktijkschool en Sieffers pakten de afspraken samen op. Ze analyseerden hoe belastbaar haar zoon was, en stapsgewijs keken ze hoe ze de jongen op school konden houden. ‘Uiteindelijk ging hij steeds meer dagen zelfstandig naar school. Hij is nu bijna klaar met zijn mbo4-opleiding. Een heel mooi resultaat.’ Sieffers is er trots op en weet zeker dat dit vanwege de gelijkwaardige samenwerking is gelukt. ‘De begeleider van de praktijkschool kwam naar me toe en zei ‘ik heb zoveel van jou geleerd. Dat gebruik ik nu ook bij andere kinderen.’'

Nely Sieffers achter haar bureau

Nely Sieffers. Fotograaf: Marieke Duijsters

Grootse plannen voor transformatie

Volgens Sieffers is ervaringsdeskundigheid noodzakelijk voor het op gang brengen van een transformatie in de jeugdzorg. Ze vindt het heel belangrijk dat de vraag van kinderen, jongeren en ouders weer het uitgangspunt wordt. Toch is ervaringsdeskundigheid er niet zomaar, want het is meer dan een eigen ervaring stelt ze. Daarvoor heeft ze een nationaal plan geschreven. Daarin staan de volgende veranderopgaven:

  • de empowerment van jongeren, ouderen en gezinnen;
  • talentontwikkeling van ervaringsdeskundigen;
  • samen leren met verschillende perspectieven (ouders/jongeren, praktijk, beleid en onderzoek);
  • het organiseren van duurzame regionale netwerken van en voor ouders, jongeren en ervaringsdeskundigen.

Het idee is om ouders, jongeren en ervaringsdeskundigen beter te organiseren. Ervaringsdeskundigen kunnen veel betekenen voor andere jeugdigen en hun ouders, maar ook voor de uitvoering en beleid. Sieffers wil dat er vaste plekken en netwerken komen waar ervaringsdeskundigen zijn, waardoor vraag en aanbod bij elkaar kunnen komen. De komende tijd is het belangrijk om de financiering rond te krijgen. ‘Met een boekenbon komen aanzetten, is niet meer genoeg!’

Papieren wereld

Het is niet alleen belangrijk om cliënten te betrekken, ook professionals moeten meer gehoord worden bij het maken van beleid. Zij worden nog te weinig betrokken. ‘Toch zie ik ook onwijze verbeteringen’, zegt Naber. Zij is ontwikkelingspsycholoog en voorzitter van de sectie Jeugd van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Namens elf beroepsverenigingen zit zij in de stuurgroep van Zorg voor de Jeugd. Dat doet ze samen met Arne Popma, hoofd van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Naber spreekt van een soort reflex. ‘Als het over beleid gaat, proberen mensen dat in de papieren wereld met elkaar op te lossen. Maar om wie gaat het nu echt?’ Ze is voor meer inspraak van gezinnen en legt uit waarom professionals ook genoeg gehoord moeten worden om de beste ideeën ter tafel te brengen. ‘Cliënten openen je ogen en maken de problematiek voelbaar, professionals weten alles van de uitvoering en ook van de praktische problemen’, aldus Naber. Ze somt er een aantal op: de werkdruk, wachtlijsten, de waslijst aan eisen voor de uitvoering. Of waar je tegenaan kunt lopen als een jongere bijna achttien wordt en een aanpassing van het behandelplan nodig is, omdat de zorg niet meer onder de Jeugdwet valt.

‘Samen weten professional en gezin het beste of zorg vindbaar, bereikbaar en passend is. Je moet hen steeds laten vertellen wat wel en niet goed gaat.’

Houd dialoog gaande

Popma beaamt Nabers standpunt. ‘Hoe goed de intenties van beleidsmakers ook zijn, het is jammer als ideeën alleen maar van papier blijven. De professionals moeten het uiteindelijk gaan doen, dus die moeten zich ook betrokken voelen.’ Volgens Popma is het daarom belangrijk om de dialoog tussen die partijen gaande te houden. ‘Het is de taak van de beroepsgroep om elkaar te activeren om deel te nemen aan beleidstafels, beleidsmakers zouden hun aanwezigheid moeten aanmoedigen.’ Volgens hem zit de meerwaarde van de professional in de realistische inschatting: ‘Samen weten professional en gezin het beste of zorg vindbaar, bereikbaar en passend is. Een professional kan aangeven of die de ruimte heeft om te doen wat nodig is. Je moet diegene steeds laten vertellen wat wel en niet goed gaat.’

Vera Naber achter haar bureau

Vera Naber. Fotograaf: Marieke Duijsters

Inspirerende praktijkvoorbeelden

Het betrekken van de professionals gaat al wel een stuk beter dan drie jaar geleden. Popma: ‘Eerder hadden we als professionals het idee dat de plannen al gemaakt waren. En dat wij bij wijze van spreken alleen nog een kruisje mochten zetten. We hebben een netwerk gecreëerd van professionals die de tijd krijgen om mee te denken met VNG en VWS. Daardoor snappen we elkaars belangen en perspectief beter. We zitten nu gelijkwaardiger aan tafel.’

Arne Popma thuis aan het werk

Arne Popma. Fotograaf: Marieke Duijsters

Naber onderschrijft de verbetering. Ze is enthousiast over de aanpak van de gemeente Utrecht, die ook beschreven is in het eindrapport Eigenwijs Transformeren. In de gemeente Utrecht zijn professionals geconsulteerd bij het maken van beleid. Wijkteams zijn opgericht in samenwerking met professionals. Ambtenaren doen niet langer ingewikkeld over de beschikking in de jeugdzorg (het akkoord dat de gemeente moet geven voor bepaalde zorg red.). Naber: ‘Dat zijn zaken die je bij de professional moet laten. Een ambtenaar zonder inhoudelijke kennis, zou zich niet met de inhoud van een zorgtraject moeten willen bemoeien.’

Popma is enthousiast over K-EET, de landelijke ketenaanpak eetstoornissen. ‘Er was in de hoek van eetstoornisproblematiek schaamte rondom wat er niet goed ging met de hulpverlening. Met beleid was er al vaak geprobeerd om de ketenaanpak te verbeteren, zonder veel succes. Wetenschappelijke instellingen, cliënten en professionals hebben samen een verbeteragenda opgesteld, waarin de inhoud voorop stond. Samen waren ze ook verantwoordelijk voor de uitvoering. Nu wordt er vooruitgang geboekt en professionals vinden hun werk weer leuker.’

Wat Naber en Popma graag willen meegeven? Naber: ‘Werk domeinoverstijgend, kijk over de randen van de wetgeving heen. En belast instellingen en praktijken niet met overbodige vragen.’ Popma ziet bezuiniging als een groot risico. ‘Er moet eerst geïnvesteerd worden in de zorg.’ Ze zijn allebei positief, het gaat steeds beter, maar blijven ook realistisch: ‘De problemen zijn nog steeds best groot.’

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.5 nov 2021