twee mannen schudden elkaars hand

Pilot jeugdbescherming in Foodvalley: de aanpak van team Jeugdlink

Jeugdlink: Interdisciplinair werken draagt bij aan sneller bieden van betere jeugdhulp

In 2019 startten zes regionale pilots in de jeugdbeschermingsketen. De inzet? Nieuwe inzichten opdoen over samenwerking binnen die keten. Ook in de regio Foodvalley loopt een pilot. Daar is een Jeugdlink team gevormd: professionals van organisaties met verschillende expertises pakken casussen samen op. Hoe ervaren cliënten Jeugdlink? En wat zijn de geleerde lessen van deze aanpak? Teamleider Lotte Mittendorff en teamlid Veronique Laenen praten ons bij.

Sinds de start van Jeugdlink in november 2020 is Lotte Mittendorff teamleider. Haar team bestaat uit professionals uit het Sociaal Team, de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming Gelderland, Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en een gedragswetenschapper.

Mittendorff werkt zelf al vijftien jaar bij de Raad voor de Kinderbescherming en was erg gemotiveerd om mee te doen aan de pilot. ‘Samen nadenken over een gezin is niet genoeg, merk ik. Wat ik jammer vind, is dat we werk doorgeven, terwijl je juist wilt kijken of datgene wat je hebt bedacht ook werkt voor een gezin.’ Het idee van Jeugdlink is dat experts niet na elkaar werken in een keten, maar samenwerken en samen verantwoordelijk zijn en blijven voor een casus. Mittendorff: ‘We trekken samen op en kijken steeds naar het gezin: wat is het effect? Gaat het nu beter?’

Cliëntperspectief

De pilot geeft ruimte om buiten bestaande grenzen van de organisaties te werken, zodat het team zo goed mogelijk kan aansluiten bij wat de kinderen en hun ouders echt nodig hebben. Wat merken cliënten daarvan? Veronique Laenen, jeugdzorgwerker bij de William Schrikker Stichting, maakt onderdeel uit van het Jeugdlink-team. Ze pakt veel casussen op. In een van haar casussen accepteerde het zoontje van tien jaar het gezag van zijn moeder niet meer, hij toonde veel agressief gedrag. Er was besloten om Multisystem Therapy (MST) in te zetten. Door echtscheidingsproblematiek kwam er een crisis in het gezin. Toen werd de casus vanuit het sociaal team doorgezet naar Jeugdlink. Laenen: ‘Wij zijn direct ingesprongen. Ik heb gemerkt dat de moeder zich daardoor snel gehoord en gesteund voelde. We hebben drie weken lang samen heel intensief opgetrokken.’

De moeder wilde heel graag dat haar zoontje een paar weken wegging. Aanvankelijk kon Laenen zich daarin niet vinden. Omdat de MST zou starten, leek dat haar geen goede oplossing. Toch zag Laenen door een gesprek met de moeder dat zij het echt niet meer aan kon. Toen heeft ze snel geschakeld met een andere Jeugdlink-collega, zodat het jongetje een paar weken naar een woongroep kon. Laenen: ‘Samen met de moeder hebben we hem weggebracht. Toen ik haar om elf uur ’s avonds thuisbracht, was het wel verrassend dat ik een knuffel kreeg. Ze zei: ‘dankjewel dat je er voor me was vandaag’. Zoiets heb ik in de elf jaar dat ik in de jeugdzorg werk nog nooit meegemaakt. Dat zijn wel mooie dingen.’

‘Je komt bij een casus snel tot de kern, juist omdat je van elkaars kennis gebruik kunt maken.’

Jeugdlink haalt feedback van cliënten (en professionals) op via de online tool Storyconnect. Mittendorff: ‘De cliënt staat centraal. Maar het is heel moeilijk om te achterhalen wat de daadwerkelijke waarde is van wat je doet. Dat komt omdat ervaringen subjectief zijn, het is altijd een momentopname.’ Jeugdlink wil daarom toe naar constante feedback. Daarvoor is de tool Storyconnect. ‘Via die tool vragen we cliënten naar hun ervaring met Jeugdlink, wat daarin voor hen wel en niet werkt,’ aldus Mittendorff.

Groepsfoto van het team van Jeugdlink

Het team van Jeugdlink. Bovenaan van links naar rechts: Annalies van Leeuwen (Sociaal Team), Veronique Laenen (William Schrikker Stichting) en Alex Vinke (Jeugdbescherming Gelderland). Onderaan van links naar rechts: Ellen Pinkster (Veilig Thuis), Ellen Jurriens (gedragsdeskundige), Lotte Mittendorff (teamleider), Kim Reuvers (Raad voor de Kinderbescherming) en Eelco Kingma (Sociaal Team).

Geleerde lessen

Wat werkt in de pilot? Laenen spreekt van een enorme tijdswinst. ‘We kunnen casussen veel sneller oppakken en wanneer een casus vanuit het vrijwillig kader naar het gedwongen kader overgeplaatst moet worden, kunnen wij dat ook gelijk oppakken. Die expertise zit namelijk in ons team.’

Normaal gesproken zou een gezin op zo’n verandering veel langer moeten wachten, vertelt Laenen. ‘Dan ben je zo een half jaar verder en dan is het gezin nog nergens.’ Toch merkt ze ook dat het vaak niet zover komt. ‘Het is me echt opgevallen dat er in het vrijwillig kader ontzettend veel kan, ook als er sprake is van onmacht bij de ouders’, aldus Laenen. Dat komt soms ook omdat ze haar overwicht als professional uit het gedwongen kader kan inbrengen.

‘Bij Jeugdlink stellen alle teamleden zich heel welwillend en kwetsbaar op. Als je zo start, dan is dat het begin van een grote verandering.’

Ze vertelt over een moeder die vanuit angst het contact verbrak met het opvanghuis waar ze in zat, terwijl er bij Veilig Thuis een melding was binnengekomen over huiselijk geweld. Laenen: ‘Omdat ik met haar ben gaan praten en heb verteld hoe belangrijk het is om mee te werken, juist omdat je een gedwongen kader wilt voorkomen, heb ik veel van haar angst kunnen wegnemen. Nu accepteert ze de hulp vanuit het vrijwillig kader weer.’

Korte lijnen

Mittendorff somt enthousiast de geleerde lessen van de pilot op. ‘Wat heel goed werkt zijn de korte lijnen’, vertelt ze. Daarin is geïnvesteerd: de professionals uit haar team zien elkaar (coronaproof) regelmatig en hebben een band opgebouwd. Mittendorff: ‘Je bent gezamenlijk verantwoordelijk en dat werkt ook goed, omdat er veel contact is. Als team hebben we veel voor elkaar over. Dat vermindert het wantrouwen tussen de instanties dat er soms toch wel is, en maakt dat je echt gebruik kunt maken van elkaars expertise.’

Laenen kan zich daarin vinden: ‘Je komt bij een casus snel tot de kern, juist omdat je van elkaars kennis gebruik kunt maken.’ Wat het meest bijzonder is aan de pilot, is dat er ruimte is om buiten de kaders van de organisaties te doen wat je wilt doen. Laenen en Mittendorff zijn het erover eens dat die vrijheid belangrijk is, juist omdat je zo goed mogelijk wilt aansluiten bij de wensen en behoeften van een gezin. ‘De uitdaging daarbij is wel om goed te zorgen voor de professional’, vertelt Mittendorff. ‘Enerzijds willen we graag dat ons team experimenteert en de ruimte pakt om buiten de grenzen van de organisaties te werken, anderzijds moeten ze nog steeds werken met werkbeschrijvingen en verantwoordingen. Het is soms nog zoeken hoe je professionals daarin goed ondersteunt.’

Toekomstmuziek

Laenen hoopt absoluut dat de aanpak van de pilot wordt doorgezet. ‘Ik ben heel enthousiast en gun mijn collega’s dat ze dit ook gaan ervaren: het werkplezier dat we met elkaar hebben, het gebruikmaken van elkaars expertise en de successen die je vervolgens boekt met elkaar.’

Mittendorff spreekt van eenzelfde aangename energie, ze ervaart een enorme drive van alle mensen met wie ze werkt. ‘Bij Jeugdlink stellen alle teamleden zich heel welwillend, open en kwetsbaar op. Ze willen echt dat de jeugdhulp beter wordt, voor de gezinnen. Als je zo start, dan is dat het begin van een grote verandering.’

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.4 sept 2021