Portetfoto Kim van Laar

Kim van Laar. Fotograaf: Marieke Duijsters

‘Laat mij zien dat ik de moeite waard ben!’

Kim van Laar weet uit eigen ervaring wat het betekent om op te groeien in een onveilige omgeving. Zij maakt zich hard voor verbetering van de positie van jeugdigen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en wil dat jeugdigen beter gezien en gehoord worden. Volgens Kim kan dat alleen door echt het contact aan te gaan met een jeugdige. ‘Ga niet in een gesprek van 10 minuten het verhaal boven tafel proberen te krijgen. Dat is niet realistisch. Investeer in het contact.’

Kim van Laar is lid van de spiegelgroep van ervaringsdeskundigen van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Daarnaast is zij initiatiefneemster van Team-Kim. Team-Kim geeft voorlichting over kindermishandeling aan kinderen, jongeren en professionals aan de hand van de persoonlijke verhalen van jongvolwassenen die het zelf hebben meegemaakt.

‘Als je vraagt hoe het gaat, zegt een kind dat het goed gaat. Daar lopen mensen op vast.’

Leer jeugdige echt kennen

Kim wil dat jeugdigen eerder, dan wel beter, gezien en gehoord worden als het gaat om kindermishandeling. Gezien en gehoord worden als jeugdige, draait volgens haar niet om het opbouwen van een dossier. Het gaat erom dat je als professional een jeugdige eerst echt leert kennen. ‘Een kind wil geen informatie geven. Dat wil dat jij hem/haar ziet. De eerste stap is niet praten over wat er aan de hand is. De eerste stap is dat jij moeite doet om mij te leren kennen.’

Volg tempo kind

Volgens Kim worden veel jeugdigen die opgroeien in een onveilige situatie wel gezien en gehoord. Alleen niet in het tempo van het kind. ‘Een professional wil zo snel mogelijk zicht krijgen op de situatie. Die wil weten wat er aan de hand is. Die wil informatie. En dat snap ik ook heel goed. Maar welke rol een professional ook heeft – leerkracht, hulpverlener of trainer – eerst moet je investeren in het contact, in plaats van het doel willen bereiken. Het is dan ook belangrijk om de rust te bewaren als professional en niet te snel te gaan. Ondanks de noodzaak die je als professional voelt om de situatie snel op te lossen.’

‘Ik krijg heel vaak de vraag: ‘Kim, hoe doe ik dat in die 10 minuten? Hoe krijg ik dan het verhaal boven water.’ Nou, niet dus.’

Kleine stappen

Kim realiseert zich dat het een natuurlijk reactie is van mensen om zo snel mogelijk het geweld te willen stoppen. Maar dat kan niet na een gesprek. Dat is een langdurig proces. Veel professionals willen in te grote stappen te werk gaan. ‘Op korte termijn heeft een kind lucht nodig. Op de langere termijn een volwassene om ervoor te zorgen dat het veiliger gaat worden. Die stappen worden door elkaar gehaald.’

Hier komt volgens Kim ook een groot deel van de handelingsverlegenheid van professionals vandaan. ‘Een jeugdige kent jou als professional helemaal niet. Die weet niet wie jij bent en weet niet of er een addertje onder het gras zit. Een kind zal dan ook in eerste instantie niets vertellen of aangeven dat het goed gaat. Dan weten professionals het ook vaak niet meer. Als je vraagt hoe het gaat, zegt een kind dat het goed gaat. Daarop lopen mensen vast. Maar laat dan het kind niet los. Want er is van alles aan de hand. Maar het kind kan het nog niet zeggen. Daar is het nog niet aan toe.’

Kinderen in een klaslokaal

Praat erover op school

Zorg eerst voor lucht

‘Ik krijg heel vaak de vraag: ‘Kim, hoe doe ik dat in die 10 minuten? Hoe krijg ik dan het verhaal boven water. Nou, niet dus.’ Maar dit gesprek is wel onderdeel van een proces waarin de jeugdige niet wordt losgelaten. Ga af van het precies moeten weten wat er aan de hand is om steun te kunnen bieden. Eerst moet je contact hebben. Praat over lievelingsmuziek. Zorg ervoor dat het kind een fijne 10 minuten heeft.’

‘Je gunt iedereen dat iemand de moeite neemt om je echt te leren kennen.’

Investeren in contact kost echter tijd en die hebben veel professionals vaak niet. Ook niet iedere professional realiseert zich wat de impact is van het werken aan dat contact met een jeugdige. Kim ziet ook dat mensen al heel veel steun bieden. Mensen die oog hebben voor de jeugdige. ‘Even een luchtmomentje, even uit de gedachte van: ‘zie nu wel, ik kan helemaal niets en het ligt aan mij’. Even wandelen, een grapje, een aai over de bol, een complimentje. Dat iemand in zijn bed ligt en terug denkt aan dat fijne moment. Dat geeft veerkracht.’

Volgens Kim vergeten we te vaak wat we al aan steun bieden. Maar het mag allemaal wel wat bewuster. ‘Mensen denken te veel in stappen en protocollen. Daarom gaat het niet. Je gunt iedereen dat iemand de moeite neemt om jou echt te leren kennen. En jou laat zien dat je de moeite waard bent.’

www.magazines.voordejeugd.nl | Wil je een technische kwetsbaarheid melden? Klik hier.

Nr.4 sept 2021